interviews
17 december 2021

De man achter de Stint: ‘Het houdt niet op, het is mijn leven geworden’

Financieele Dagblad

Edwin Renzen is directeur van het bedrijf achter de Stint, het vervoermiddel dat iedereen kent van het treinongeluk in Oss. Drie jaar na dat ongeluk is er nog geen duidelijkheid over de toedracht. Intussen probeert hij tegen de klippen op zijn bedrijf weer op de rit te krijgen. ‘Plotseling stond ik in een andere hoek, die van verdachte.’

Onderweg naar Schiphol heeft Stint-directeur Edwin Renzen op de radio gehoord dat er in Oss een treinongeluk met een bakfiets is gebeurd. Renzen, op weg naar Litouwen voor een presentatie, krijgt vlak voor de gate telefoon van een collega. Er is een Stint betrokken bij het ongeluk. Vier kinderen zijn omgekomen. Renzen maakt rechtsomkeert en gaat terug naar huis.

Anderhalve week na het ongeluk haalt minister Cora van Nieuwenhuizen alle Stints van de weg. Enkele maanden later, in december 2018, besluit ze het voertuig helemaal te verbieden, omdat het niet zou voldoen aan de eisen.

Ruim twee jaar later tikt de rechter de minister op de vingers. Ze heeft onzorgvuldig gehandeld bij het besluit­ de Stint van de weg te halen. Maar Renzen heeft dan al aan den lijve ondervonden hoe het voelt als het halve land boos op je is. ‘De Stint kreeg overal de schuld van.’

Hij heeft zich teruggetrokken uit het openbare leven en probeert zijn bedrijf overeind te houden. Dat lijkt, nu ruim drie jaar later, ondanks twee dreigende faillissementen, te lukken. Er loopt nog een strafrechtelijk onderzoek tegen het bedrijf, waarvan de conclusies weer alles overhoop zouden kunnen gooien.

Het FD sprak de afgelopen weken­ twee keer met Edwin Renzen (43). We wilden het verhaal horen van de ondernemer die door vrijwel iedereen schuldig werd verklaard aan de dood van vier kinderen. Hoe ziet hij zijn eigen rol, heeft hij contact gehad met de ouders van de kinderen, wat heeft het ongeluk met hem, zijn gezin en zijn bedrijf gedaan?

Terug naar de dag van het ongeluk. Wat gebeurde er toen?

‘Nadat ik op Schiphol dat telefoontje had gekregen, vroeg ik het kinderdagverblijf in Oss of ze het oké vonden als ik samen met een collega langskwam. Dat was goed. Mijn collega moest rijden, ik kon dat niet meer, alleen al vanwege de vele telefoontjes die ik moest beantwoorden. In Oss bleek dat het pand was afgezet door de politie omdat er zoveel journalisten waren. Ik ging naar binnen door de achteringang. Daar werd ik overvallen door verdriet. Dat verdriet over zoveel verlies, het ging door merg en been.’

Het bedrijf had dertig werknemers. Wat hebben jullie gedaan?

‘Mijn collega’s hadden het kantoor in Bilthoven verlaten. Er stonden cameramensen en journalisten binnen te filmen. Best wel intimiderend. Ze besloten naar een hotel in de buurt te gaan. Ik heb me daar na mijn bezoek aan het kinderdagverblijf ook bij gevoegd. Het was lekker weer, we konden buiten zitten. Patat gegeten. Onze partners en kinderen kwamen. We wilden gewoon met elkaar zijn, hebben ook veel gehuild.’

Hoe werd er in de periode na het ongeluk op straat naar u gekeken?

‘Ik zag ze kijken: ken ik hem niet ergens van? Op straat, in de supermarkt, op het schoolplein, overal zag ik die blikken. Het was zo dik in het nieuws, ik was overal zichtbaar. In mijn ogen was er al snel het beeld ontstaan dat mijn bedrijf troep produceerde. Die eerste paar weken was het voor ons echt incasseren. Op Facebook kreeg ik vreselijke berichten, mijn collega’s hebben me daar zoveel mogelijk bij weggehouden. En ik niet alleen. In de week voor het intrekken van de vergunning gingen er nog veel Stints de straat op. Er werden meiden klemgereden. “Even kijken of je remmen het wel doen hè!” werd er geroepen. Daar zaten gewoon kinderen in! En op verschillende plekken werden bestuurders uitgemaakt voor moordenaar. In Almere werd een bestuurder bekogeld met eieren. De Stint was helemaal fout. Het was allemaal de schuld van de Stint.’

Hoe werd er in de kinderopvang gereageerd?

‘Daar stonden ze achter ons. Zij hebben met ons gewerkt, zij weten welke waarden wij hanteren. Als er iets aan de hand is, komen wij eraan. Als bijvoorbeeld een kinderdagverblijfmedewerker schade maakt, verzorgen wij kosteloos een nieuwe rijtraining. De Stint was nooit een vehikel om alleen geld mee te verdienen. Ik wilde het vervoer rond scholen beter organiseren en veiliger maken, daar is het mee begonnen.’

In februari 2019 beloofde Cora van Nieuwenhuizen, toenmalig minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor het einde van die maand te laten weten aan welke eisen de Stint zou moeten voldoen om terug te keren op de weg. De vernieuwde Stint, die door het leven zal gaan als de BSO bus, moest onder meer een extra rem en veiligheidsgordels krijgen. Renzen ging aan de slag om dit te realiseren. In april 2019 was hij klaar. Maar een jaar later, na alle keuringen, besloot de minister een nieuwe methodiek te laten ontwikkelen voor het beoordelen van de gebruiksrisico’s van een voertuig in het verkeer. Dit leidde uiteindelijk tot anderhalf jaar vertraging.

Agenten aan de deur

In de tussenliggende tijd heeft Renzen een keer al zijn werknemers moeten ontslaan om overeind te blijven. Hij kon niets verkopen en geld lenen was – en is – geen optie, doordat zijn bedrijf Stintum het onderwerp is van een strafrechtelijk onderzoek. Toch lukte het in november 2020 de BSO bus weer de weg op te krijgen. Maar uit de financiële nood is Stintum nog steeds niet. Tijdens een tweede gesprek­ met Renzen, begin november,­ vertelt hij dat hij opnieuw medewerkers moet ontslaan. Het stemt hem somber.

‘Jij denkt dat het een vrije keuze is om door te gaan? Anders zou ik failliet gaan en zit de kinderopvang zonder Stint’

Zo’n tragisch ongeluk met zo’n grote nasleep. Waarom bent u toch doorgegaan met uw bedrijf?

‘Jij denkt dat het een vrije keuze is? Anders zou ik failliet gaan. Dan is alles wat we hebben opgebouwd kapot en krijgt de kinderopvang de Stint niet terug. Als wij niet waren doorgegaan, was dit type voertuig voorgoed verdwenen. En dan zou de kinderopvang dus ook zonder komen te zitten. We konden de voorwaarden voor die nieuwe beleidsregel aan, waarom zouden we daar dan niet voor gaan? Er was veel vraag naar het product en wij konden het maken. Bovendien kon ik niet voorzien dat het zo lang zou duren.’

Maar er zijn wel vier kinderen overleden in een voertuig dat afkomstig is van uw bedrijf. Hoe verhoudt u zich daartoe?

‘Ik heb nooit kunnen nadenken over wat dat precies met mij heeft gedaan. Plotseling stond ik in een andere hoek, die van verdachte. Ik heb mijn gevoel weinig ruimte gegeven. Na het ongeluk was er een stille tocht. Ik dacht: ik doe een petje op en loop mee. Maar dat mocht niet.’

Van wie mocht dat niet?

‘Er stonden op een gegeven moment twee agenten aan mijn deur. Ik had de kinderen net naar bed gebracht. Ik was bang dat ze me kwamen halen voor een verhoor, of zo. Wel een beetje gek dat ze me op dit tijdstip komen halen, dacht ik nog. Maar het bleken twee wijkagenten te zijn die van hun collega’s uit Oss de vraag hadden gekregen of ze mij wilden vragen niet naar die stille tocht te gaan. Vanwege crowdcontrol, zeiden ze. Ik denk dat ze zich in Oss zorgen maakten over de openbare orde.’

‘Die agenten vroegen me ook hoe het eigenlijk met mij ging, of ik slachtofferhulp had gehad. Dat vond ik zo sympathiek. Ik zei dat ik me wel zou redden, dat het prima was. Het was niet prima, maar met slachtofferhulp zou het volgens mij niet beter worden.’

Hoe was het om te horen dat u niet welkom was bij die stille tocht?

‘Ik voelde me emotioneel erg geraakt. Ik zag voor me dat ik op die plek anoniem iets kon doen met het gevoel dat ik had. Want eigenlijk mocht ik daar niks mee doen, omdat ik het was. Iedereen mocht zijn medeleven uiten, maar voor mij lag dat anders. Het verhaal was al gedraaid. Ik had al op mijn bord gekregen dat als ik dat voertuig niet van de weg haalde, er bloed aan mijn handen zou kleven. In die positie kon ik niets met mijn gevoel van medeleven. Bij die stille tocht hoopte ik even anoniem te zijn, geen naam, geen persoon, maar wel dat gevoel de ruimte te geven.’

Voelt u zich op een bepaalde manier verantwoordelijk voor wat er is gebeurd?

‘Ik voel een verband omdat er een voertuig van ons bij betrokken was. Het is geen schuld en ook geen verantwoordelijkheid wat ik voel, maar betrokkenheid. Want er bestaat natuurlijk wel een relatie tussen mijn bedrijf, het bedrijf­ dat dit voertuig inzette en het ongeval. Daarom raakt het mij wellicht meer dan een andere ouder­ die dit op het nieuws ziet. Stel, ik was meneer Gazelle en er was een ongeluk geweest met een fiets, dan had ik dat ook gevoeld.’

Hebt u steun gehad van familie, vrienden of een psycholoog?

‘Ik heb geen professionele hulp gehad, maar heb wel met veel mensen gepraat en zelfs nieuwe vriendschappen gesloten. Er zijn veel mensen opgestaan die zagen wat er aan de hand was en aan wie ik veel heb gehad. Ik had vroeger wel een wat drukker sociaal leven, maar daar houd je op een gegeven moment mee op.’

Bent u opgehouden met uw sociale leven?

‘Op iedere verjaardag was het raak: “O, Edwin, hoe is het nu? Ik zag je op tv!” Een jaar lang was er ongeveer elke maand wel een krant die ten onrechte beweerde dat de nieuwe Stint was goedgekeurd. Dat bepaalde ieder gesprek. Zólang al hetzelfde onderwerp. Iedereen is betrokken en het is heel lief, maar begrijpen kunnen ze het niet.’

‘Het is een vrij unieke situatie waar ik in beland ben. Ik kan wel proberen uit te leggen wat dat dan precies is waar ik in zit, maar dat is bijna niet te bevatten. Het heeft invloed op iedere vezel van mijn bestaan. Op mijn werk, mijn inkomen, mijn toekomstplannen, alles. Er is geen onderwerp dat het niet raakt. Het is überhaupt moeilijk sociale activiteiten te ondernemen. Uitgaan kost nu eenmaal geld. We zijn niet arm, maar leven wel constant in onzekerheid over de toekomst van onze financiële situatie. We hebben als bedrijf twee jaar geen inkomsten gehad. Het verlies is inmiddels opgelopen tot meer dan tien miljoen euro. Ik wil het sowieso volhouden tot het vonnis over de nadeelcompensatie (zie ‘Tijdlijn Stint’, op p. 35, red.) voor het van de weg halen van het voertuig. Dat volgt voor het einde van dit jaar.’

Volhouden. Voelt het zo?

‘Wel als het weer eens flink tegenzit, zoals op dit moment. Stel dat het bedrijf nu omvalt, dan kan ik mijn advocaten niet meer betalen. Dan heb ik geen bescherming meer. En wat als het OM straks een zaak tegen mij start en ik me niet goed kan verdedigen? Dan wordt de werkelijkheid die zij weergeven de realiteit. Dan blijft het verhaal gedraaid.’

Verwacht u dat u meer juridische procedures te wachten staan?

‘Ik krijg al brieven van mensen die mij aansprakelijk stellen voor het ongeval, gisteren nog. Ik zeg liever niet van wie. Die brieven sturen ze vanwege de juridische verplichting om de mogelijke aansprakelijkheid te verlengen. Het is in feite een opbouw naar een potentiële civiele zaak. Maar het komt wel binnen, ik voel dat wel. We weten nog niet wat er is misgegaan, maar we stellen jou nu alvast aansprakelijk. Het houdt niet op, het is mijn leven geworden. Wat dat betreft is er een parallel met de andere betrokkenen. Ook voor hen is er nog steeds geen duidelijkheid.’

Hebt u ooit overwogen iets van u te laten horen aan de nabestaanden?

‘We hebben ons medeleven betuigd via de advocaten. Ik heb heel lang en heel veel nagedacht over de vraag of ik daar nog meer mee wil doen. Moet ik een brief sturen? Kan ik een bloemetje sturen? Maar dan verplaats ik me even in hen; what the fuck, krijg ik een bloemetje van die vuile, gore … Weg ermee. Ik heb besloten me netjes bij mijn lijn te houden totdat alles duidelijk is. Mijn lijn is die met het kinderdagverblijf, daar had ik contact mee, niet met die ouders. Ook uit respect, want wat hebben zij eraan als ik mijn emotie bij hen neerleg? Ik denk dat ze wel genoeg emoties hebben. Moeten ze een zielige ondernemer gaan aanhoren­?’

Een week na het tweede gesprek belt Renzen met nieuws over zijn bedrijf. Hij heeft voorlopig het tij weten te keren. Hij heeft niemand hoeven ontslaan, heeft alleen het inhuren van manschappen beperkt. Van leveranciers die hem steunen heeft hij uitstel van betaling gekregen. Bovendien zijn er weer orders binnengekomen. ‘Ik zie de magic weer een beetje terugkomen.’ Er klinkt weer wat optimisme in zijn stem.

Foto: Anne Timmer

Tijdlijn Stint

  • De Stint werd in 2011 ontwikkeld. In 2012 werd de elektrische bolderkar toegelaten op de weg. Er reden er 3000 van door Nederland.
  • 20 sept 2018: Het ongeluk in Oss. Vier kinderen overlijden.
  • 1 okt 2018: Minister Cora van Nieuwenhuizen zegt dat de Stint tijdelijk van de weg moet. Uit verkennend onderzoek zou blijken dat de Stint veiligheidsrisico’s had. Waarom het voertuig in 2011 alle tests had doorstaan voor toelating, weet de minister niet.
  • Dec 2018: Het OM onderzoekt of Renzens bedrijf een strafrechtelijk verwijt valt te maken. Het onderzoek loopt nog.
  • Dec 2018: De Stint wordt definitief van de weg gehaald. Aan dit besluit lag een TNO-onderzoek ten grondslag dat gebreken aan het licht bracht.
  • Jan 2019: De ‘beleidsregel bijzondere bromfietsen’, van toepassing op de Stint, wordt ingetrokken. Het ministerie belooft nieuwe regels.
  • De verwachting is dat de vernieuwde Stint, met o.a. een extra rem, nog voor het nieuwe schooljaar de weg op kan. Dat lukt echter niet.
  • Sept 2019: Uit onderzoek van RTL Nieuws blijkt dat het ministerie de Stint in 2011 op basis van verkeerde eisen heeft toegelaten. Van Nieuwenhuizen geeft toe dat er fouten zijn gemaakt bij de toelating van de Stint. Ze biedt daarvoor excuses aan.
  • Juli 2020: Het OM zal de bestuurster niet vervolgen; ze heeft alles geprobeerd om te remmen. Ook zegt het OM dat geen sprake is geweest van een technisch mankement of storing aan de Stint. Oorzaak ongeluk blijft onbekend.
  • Okt 2020: De BSO bus, de nieuwe Stint, mag de weg op.
  • Maart 2021: De rechter oordeelt dat het besluit de Stint van de weg te halen onzorgvuldig was. Door deze uitspraak kunnen kinderopvang en de fabrikant van de Stint aanspraak maken op nadeelcompensatie. Van Nieuwenhuizen gaat in hoger beroep. Het vonnis van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in Nederland, wordt voor eind dit jaar verwacht.